Ondersteuning voor client-servertoepassingen

Met Personal Communications-ondersteuning voor APPN-eindknooppunten kunt u optimaal gebruikmaken van APPN-netwerken. In een APPN-netwerk kunt u automatisch partnertoepassingen zoeken en gebruikmaken van dynamische en geoptimaliseerde routebepaling. Door deze voorzieningen kunnen werkstations op een flexibele manier met andere systemen in het netwerk communiceren.

Personal Communications biedt tevens ondersteuning voor 32-bits APPC-API's en CPI-C-API's (Application Programming Interfaces). Deze API's bieden goede mogelijkheden voor communicatie tussen 32-bits clienttoepassingen op uw werkstation en op andere werkstations.

Knooppunten configureren

Voordat u de client-API's kunt gebruiken voor communicatie met andere toepassingsprogramma's, moet u eerst Personal Communications configureren als SNA-eindknooppunt.

Ga als volgt te werk om een SNA-knooppunt te configureren:

  1. In het menu Start kiest u Programma's -> IBM Personal Communications -> Configuratie SNA-knooppunt.

    Het venster Configuratie SNA-knooppunt van Personal Communications wordt afgebeeld.

  2. Geef de vereiste configuratieopties op in de volgorde zoals aangegeven in het venster.

    Selecteer een optie en kies vervolgens Nieuw.

    Voor iedere optie geeft u de juiste informatie op in de configuratieschermen. De meeste gegevens die vereist zijn, worden afgebeeld op de eerste pagina. Kies OK om de definitie van een optie te voltooien. Klik op Help voor meer informatie over de afzonderlijke parameters.

  3. Kies Bestand -> Opslaan of Opslaan als.
  4. Typ de bestandsnaam en kies Opslaan. U kunt zelf het bestandstype en de locatie bepalen. Het standaard bestandstype is .ACG en de standaardlocatie is de directory voor toepassingsgegevens van de systeemklasse.
  5. Kies Bestand -> Afsluiten.
Tip

Als u meerdere configuratiebestanden hebt, kunt u extra configuratiebestanden gebruiken op een actief knooppunt. Zie de Help van het programma bij Bewerkingen voor SNA-knooppunt voor meer informatie.

SNA-knooppunten starten

  1. Als u het SNA-knooppunt wilt starten, kiest u via het menu Start Programma's -> IBM Personal Communications -> Hulpprogramma's voor beheer en probleembepaling -> Bewerkingen voor SNA-knooppunt.

    Het venster Bewerkingen voor SNA-knooppunt van Personal Communications wordt afgebeeld.

  2. Kies Knooppunt starten uit het menu Bewerkingen.

    In het afgebeelde venster kunt u een configuratiebestand selecteren.

  3. Dubbelklik op het configuratiebestand (ACG-bestand) van het knooppunt dat u wilt starten.
Opmerking:
U kunt het SNA-knooppunt ook starten vanaf de opdrachtregel. Hiervoor moet u de opdracht CSSTART gebruiken. Raadpleeg voor de juiste syntaxis hiervan de publicatie Administrator's Guide and Reference.

SNA-knooppunten stoppen

  1. Om het SNA-knooppunt te stoppen klikt u op Programma's -> IBM Personal Communications -> Hulpprogramma's voor beheer en probleembepaling -> Bewerkingen voor SNA-knooppunt.

    Het venster Bewerkingen voor SNA-knooppunt van Personal Communications wordt afgebeeld.

  2. Klik op een resource in de lijst onder Alias.
  3. Kies Knooppunt stoppen uit het menu Bewerkingen.
Opmerking:
U kunt het SNA-knooppunt ook stoppen vanaf de opdrachtregel. Hiervoor moet u de opdracht CSSTOP gebruiken. Raadpleeg voor de juiste syntaxis hiervan de publicatie Administrator's Guide and Reference.

APING-vereisten

Als u voor de controle van verbindingen het hulpprogramma APING, dat deel uitmaakt van dit pakket, wilt gebruiken op een iSeries-, eServer i5- of System i5-systeem met OS/400 V3R1, moet u eerst PTF MF10808 installeren op het iSeries-, eServer i5- of System i5-systeem. Als deze PTF niet is geïnstalleerd, treden fouten op met aftastcodes 080F 6051 en 1008 201D.